Omdat via het systeem Hauptwerk het tegenwoordig mogelijk is om gesampelde orgels zelf thuis te kunnen bespelen groeide meer en meer de wens om de speeltafel van de St. Sulpice na te bouwen in kopie en dan te voorzien van een Hauptwerksysteem waarbij het dan mogelijk moet zijn om a.h.w. het orgel van de St. Sulpice thuis te kunnen bespelen.

Hiervoor was nodig om eerst de nodige informatie te verzamelen omtrent de dispositie en maten van de speeltafel en wat al meer zij. Je duikt erin en herontdekt a.h.w. hoe Cavaillé Coll dit allemaal ontworpen heeft. Dit resulteerde in het eerst geheel op tekening zetten hetgeen veel tijd ging kosten.

Aan de hand van veel foto’s werden de details steeds meer duidelijk.

Meubelmaker H. Goudzwaard te Barneveld werd door mij aangezocht en hem heb ik uiteindelijk de opdracht gegeven om de kast te bouwen. Geen sinecure omdat nauwkeurig te doen. Ook bijvoorbeeld het maken van de ronde panelen en terrassen is een ware herontdekking en een staaltje van meubelmakers vakmanschap.

Daarnaast is het inbouwen door mij als Hauptwerk orgelbouwer van de techniek en het Hauptwerk Systeem met de sample composité ook een vak apart. Momenteel wordt er door iemand gewerkt aan de composité St. Sulpice die bestaat uit verschillende opgenomen orgels te weten: Caen, St. Omer, Nancy en Oleron. Zodoende komt de dispositie tot stand die nodig is. Het is een gigantische klus met heel veel uren werk. Niet alleen om alle registers in de composité te zetten maar ook dat ze zo nauwkeurig mogelijk overeen gaan komen met de klank van de St. Sulpice.

Ook was bij mij de wens ontstaan om zelf de 118 elektrische trekregisters te bouwen die in het orgel moeten komen. Daar is veel research voor nodig geweest en diverse prototypen werden gemaakt voordat het uiteindelijke concept er was. De reguliere elektrische registers gaan maar 18 of hooguit 25 mm uit en in. Ik wilde een elektrisch trekregister ontwerpen dat 35 mm uit en in kan gaan. Dat is uiteindelijk gelukt. Het maken van deze elektrische trekregisters vereist heel veel uren werk en geduld met de nodige precisie. Alleen dan ontstaat een goed resultaat waar men jaren plezier van kan hebben.

De voettreden (koppels) die in het orgel komen werken wat anders dan die in de St. Sulpice.

Normaliter moet men de voettrede naar beneden duwen om in te schakelen en dan opzij vergrendelen om deze vast te zetten. Om weer te ontkoppelen moet men dan weer eerst deze opzij duwen en terug omhoog laten veren. Dat zijn dubbele handelingen. Met de voetredes die in mijn speeltafel komen is alleen een enkele trap naar beneden voldoende om in te schakelen, waarbij een groene led boven de trede aangeeft dat hij ingeschakeld is. De voettrede gaat uit zichzelf weer in de beginpositie na intrappen. Weer in opnieuw intrappen zorgt er dan voor dat de koppel weer uit gaat.

De zweltrede in de St. Sulpice zit helemaal rechts en dat vereist wel flinke vaardigheid van de speler om deze goed te kunnen bedienen. Vaak wordt dit dan ook aan de registrant over gelaten. Een vergelijkbare oude speeltafel van Cavaillé Coll, die nu afgedankt in één van de torens in de Notre Dame Parijs staat, laat een zwelpedaal in het midden zien. Oorspronkelijk zat deze ook helemaal rechts maar is later verandert van positie naar het midden op instigatie van organist Louis Vierne. Het speelgemak gaat soms toch voor op het esthetische.

Mijn dank gaat uit aan Dhr. André Bovenschen die de leren stroken, welke bovenaan de terrassen en bij de klavieren geplaatst zijn met goudopdruk gecomplementeerd heeft.

Intussen is de console gereed en bespeelbaar alhoewel nog niet alle registers in de composité St. Sulpice geïmplanteerd zijn.